Wat is minikrachtbal?
Klik hier om via animatie het minikrachtbalspel te ontdekken.
Klik hier voor sfeerbeelden van het SVS-tornooi (17/12/2008) in Overpelt.
Minikrachtbal is een spelvorm die ontwikkeld werd door de Vlaamse Krachtbalfederatie. Het is vooral bedoeld voor kinderen van 6 tot 12 jaar.
Wat heb je nodig voor een wedstrijd mini-krachtbal? Het spel wordt gespeeld op een relatief klein terrein (zie schema onder – cfr. volleybalveld) en is eenvoudig door zijn beperkte spelregels.
Vanaf de werplijn (eigen doellijn of middellijn naargelang de leeftijd) de bal op de grond proberen te gooien in het doelgebied van de tegenstrever (= doelpunt). De toegestane werptechnieken zijn: bovenhandse worp (cfr. inworp bij voetbal) en de rugwaartse worp. Ongeacht de werpwijze: doelpunt = 1 punt.
- 2 ploegen van 4 spelers. Het aantal wisselspelers is onbeperkt. Er mag gewisseld worden na een doelpunt.
- Men mag gedurende 5 seconden in gelijk welke richting passen geven naar medespelers. Passen is niet verplicht. Langer dan 5 seconden passen heeft balverlies tot gevolg.
- Dezelfde speler mag nooit twee keer na elkaar gooien. Krijgt de speler die net voordien gooide toch de bal dan moet nog een pas gegeven worden. Bij fout: balverlies.
- De speler met de bal loopt tot aan de werpplaats en probeert te scoren (voorbij de werpplaats lopen om te gooien = balverlies). Tot het 4e leerjaar werpen vanaf de middellijn. Tot het 5e leerjaar werpen vanaf de extra tussenlijn (zie stippellijn op het schema). Vanaf het 6e leerjaar vanaf de eigen doellijn.
- Je mag voor de doellijn staan om te verdedigen. Steeds 2 meter van de werplijn (= doellijn of eventueel extra tussenlijn) blijven.
- Bal laten vallen in het eigen doelgebied = punt voor de andere ploeg. De ploeg die bal liet vallen blijft in balbezit.
- Bal blokkeren voor doellijn = geen punt.
- Buitenspel:
- - door verdedigers (bv. bal buiten duwen, bal vangen en over de zijlijn lopen,..) --> aanvallende ploeg haalt de bal, geeft een pas naar medespeler en mag opnieuw aanvallen.
- - aanvallers gooien de bal buiten (zonder dat de verdedigers de bal raken) --> verdedigende ploeg haalt de bal, geeft eventueel een pas en mag aanvallen.







